Krant van Blankenberge | François Driessens vertelt ...
11/11/2013 - Auteur: François Driessens Bescheepsdag François Driessens vertelt ... Op 11 november viert de vissers folkloregroep Ebbe & Vloed sinds meer dan drie decennia het feest van de Bescheepsdag, ook wel Sint Maartensdag genoemd. De Bescheepsdag was in de oude tijd een feestelijk volksgebruik bij de Blankenbergse vissers. Veel van wat er hierover verteld werd en wordt komt uit de geschriften van juffrouw Maria De Meulenaere.

Maria De Meulenaere was een onderwijzeres welke als eerste vrouw zetelde in de Blankenbergse gemeenteraad. Zij stamde uit een oud vissersgeslacht en was gedreven om de geschiedenis van de visserij en van de oude Blankenbergse verenigingen op schrift te stellen. In de jaren 1950 gaf ze meerdere voordrachten over de geschiedenis van haar geliefd steedje. Deze voordrachten werden door haar op schrift gesteld en in stencil vorm verspreid. Wat was, volgens haar, de traditie van Bescheepsdag ? Ik geef hieronder haar verhaal.


----- Op Bescheepsdag kwamen alle stuurmannen bijeen in de herberg 'Sint Pieters Oud Visschershuis' in de Visserstraat waar de archieven, de brieven en de reglementen van de Eed van de vissersnering bewaard werden. Wanneer de laatste stuurman toe gekomen was in de bovenkamer van deze herberg werd de deur van deze kamer langs de buitenzijde vast gemaakt met een koord. Een scheepsjongen bewaakte deze deur met een scherp geslepen mes.

Ondertussen was de openbare omroeper, vergezeld van een politie ambtenaar toegekomen op de hoek waar de herberg gelegen was om aan te kondigen dat de burgemeester van Blankenberge beslist had en beval dat alle jongens en meisjes zich in de ouderlijk huis moesten bevinden vanaf vijf uur af in de avond. Op hetzelfde uur zou de aanwerving van de maats gebeuren. -----

Waar de vissersnering vrij over hun gebruiken en reglementen beschikte was het toch de burgemeester
van de stad die het recht had om het uur van de aanvang van Bescheepsdag te bepalen.

Bescheepsdag


----- Stipt op het gestelde uur, luidde de bel welke boven de ingangsdeur van de herberg geplaatst was en sneed de jongen met zijn mes de koord door welke de bovenkamer af sloot. De stuurlieden stormden de kamer uit, de trap af en zetten het op een lopen naar de verschillende vissershuisjes waar voor de ramen zo veel kaarsjes brandden als er in dit huis maats beschikbaar waren.

De stuurmannen drongen de huisjes binnen en kwamen vervolgens met een visser naar buiten, wat meteen betekende dat hij aangeworven was voor het volgende jaar. De stuurman probeerde natuurlijk de vissers mee te nemen waarmee hij het jaar voordien gevist en had en waarmee hij goed samen gewerkt had. Op het moment dat de visser aangeworven was, werd een kaarsje gedoofd. De wedstrijd onder de patroons duurde tot alle bemanningen aangeworven waren op erewoord.

Met zijn nieuwe bemanning werd dan op herbergbezoek gegaan. Vaak werd de herberg bezocht waar gewoonlijk om de veertien dagen de vissers uitbetaald werden. Het hoeft niet gezegd dat er een stevige pint gedronken werd. Hierna trok de stuurman met de bemanning naar zijn eigen huis waar verder gedronken werd op de kosten van de stuurman en er wat gekaart of met de lotto gespeeld werd. Ondertussen bereidde zijn vrouw een maaltijd en als ze daarmee klaar was riep ze luid: 'aan boord' wat aan tafel betekende en 'aan de haal' wat begin maar te eten wilde zeggen. Na de maaltijd werd nog wat gezongen en verteld tot de 'bescheepsmaaltijd' rond 23 uur afgerond werd.

Op het eind van de jaren 1800 werd bescheepsdag nog gevierd maar veel van de oude gebruiken zouden dan al verloren gegaan zijn. Er was geen sprake meer van brandende vetkaarsjes en de aangeboden maaltijd door de stuurman behoorde ook al tot het verleden. Wel werd er nog samen gekomen in de herberg waar 'de paaie' uitbetaald werd en de uitbater schonk dan een paar flessen wijn aan de bemanning en een schotel platte koeken in de vorm van een pantoffelzool. In de volksmond werden deze koeken 'slufferkoeken' genoemd. -----

Voor zo ver dit verhaal van Maria De Meulenaere, over genomen door Jack Verstappen en Elie Bilé. Zoals in mijn eerste artikel reeds geschreven. Aan U om zich af te vragen of ook dit verhaal echt is of niet. In mijn persoonlijke archieven heb ik wel een origineel schrijven van 9 oktober 1880 uitgaande van de burgemeester Van Mullem waarin staat:

Vernomen hebbende dat verscheidene ingezetenen voornemen zijn ter gelegenheid van Bescheepsdag op zondag en op volgende dagen stoetsgewijze de stad door te lopen met een muziekmaatschappij; Overwegende dat dergelijke betoging aanleiding zou kunnen geven tot een tegen betoging en alzo onlusten en wanorde veroorzaken;

Besluit:
Artikel 1 : Het is verboden op zondag, maandag en dinsdag aan alle muziekmaatschappijen de stad al spelende door te trekken.

Dit wil zeggen dat Bescheepsdag inderdaad gevierd werd, maar hoe ???
Het antwoord misschien de volgende keer.

François Driessens

© www.krantvanblankenberge.be