Krant van Blankenberge | François Driessens vertelt ...
29/08/2014 - Auteur: François Driessens Uitkerke Deel 2 - Mei 1940 François Driessens vertelt ... Via de verantwoordelijke voor de deelgemeente Uitkerke, Ronny Vervaecke, kwam ons heemkundig centrum 'Blankenberge – De Benne' in het bezit van een boekje geschreven door Walter Goethals met als titel 'Beelden uit mijn kinderjaren', geïllustreerd met foto's uit zijn jeugdjaren. Aanvankelijk woonde de schrijver in Zwankendamme en wel in de stille cité in de onmiddellijke nabijheid van de glasblazerij Glaverbel, beter gekend door de wat ouderen onder ons als 'het glaskot'. Zijn vader, bang voor bombardementen door de Duitsers op de Glaverbel en de er naast gelegen cokes fabriek, huurde hals over kop een huis in Uitkerke. Ik laat nu de schrijver zelf aan het woord ...

Nonkel Manen (Emmanuel Jacobs, broer van mijn oma langs moeders zijde Louisa Jacobs) is voerman in Uitkerke. Hij komt met paard en platte wagen naar de Cité en onze hele inboedel wordt zonder dralen opgeladen, inclusief de konijnen. Ik denk dat onze kippen bij de buren beland zijn.

Pa, ma en Tryphon, mijn oudste broer, maken de verplaatsing naar Uitkerke per fiets terwijl ik met mijn zus en jongste broer tussen de huisraad op de wagen de verhuizing mee maak. Deze tocht is voor ons kinderen best een avontuurlijke gebeurtenis. Uitkerke paalt geografisch aan Blankenberge maar is toen nog een zelfstandig en hoofdzakelijk agrarisch dorp dat maar weinig te maken heeft met het badstadje, een beetje smalend 't steedje genoemd.

De Brugse Steenweg

We nestelen ons goedschiks in de nieuwe woonst en worden meteen geconfronteerd met de realiteit van de laatste dagen van de Belgische krijgsverrichtingen. In ons straatje wordt een grote veldkeuken opgesteld en daags na onze aankomst zien we talrijke Belgische soldaten, gamel in de hand, aanschuiven om het legerrantsoen te ontvangen. Deze mannen zitten zwijgend te eten, duidelijk ontmoedigd en uitgeput.

Op 29 mei besluit de Koning dat verder optornen tegen de goed georganiseerde vijandelijke overmacht zinloos is en hij capituleert. Ik zie in de nadagen van de veldtocht een aantal Belgische soldaten die niet werden krijgsgevangen genomen, het uniform uit trekken en het geweer stuk slaan tegen een boom. Wij horen dat dit hen opgedragen werd opdat geen bruikbare wapens in de handen van de Duitsers zouden vallen.

Mijn oom Gaston Dewulf, mama's broer, die ook de korte veldtocht meemaakte, komt afgetobd van de vele lange marsen thuis. Ik zie nog tante Lisa zijn legerschoenen uittrekken waarbij twee gehavende bebloede voeten tevoorschijn komen.

Na de capitulatie van ons land volgen een paar vreemde beangstigende dagen. Wanneer gaan de eerste Duitsers in ons dorp verschijnen? Op de radio wordt met nadruk gezegd niets tegen de vijandelijke troep te ondernemen op straf van onmiddellijke executie.

Er hangt begin juni een onwezenlijke stilte over het dorp op de dag dat de eerste Duitse verkenner op de weg naar Blankenberge wordt gesignaleerd. Ik sta dicht tegen moeder aangeschurkt voor de gevel van het huis van mijn grootouders August Dewulf en Louisa Jacobs langs de Brugse Steenweg. Ook mijn oma en meerdere andere familieleden staan bevreesd omtrent. Verder in de straat turen nog talrijke inwoners met kloppend hart in de richting van Brugge, angstig de komende gebeurtenissen afwachtend. De Brugse Steenweg is dan nog letterlijk een gebogen kasseiweg met hoge wuivende populieren langs beide zijden en een verharde aardeweg aan één kant.

Plots horen we in de verte het sonore geluid van een moto die onze richting uit komt. Een gehelmde Duitse verkenner rijdt traag en omzichtig ons dorp binnen. Hij lijkt in mijn kinderogen een baarlijke duivel die ons door zijn enorme stofbril doordingend aangrijnst. De omstanders kijken met afgrijzen naar deze eenzame motorrijder, voorbode van de cohorte bezetters die straks volgt. Ons dorp gaat vandaag vijf lange jaren van ontbering en ingeperkte vrijheid tegemoet ...

De Brugse Steenweg
De Brugse Steenweg anno 1940 een gebogen kasseiweg met hoge wuivende populieren langs beide zijden en een verharde aardeweg aan één kant.

Maan Jacobs deed in Uitkerke de vuilnis ophaling met paard en kar. Alles wat men kwijt wilde werd voor de deur gezet en netjes door Mane in zijn paardenkar geladen en het was voor niets. Wanneer je zich afvraagt hoe dit in de jaren 50 kon en nu niet meer dan is er hiervoor een gemakkelijk antwoord.

:: Alles wat brandbaar was werd in de Leuvense stoof gedeponeerd tot en met de koffieafval en de chicorei. Wanneer de aardappelschillen niet op de mesthoop terecht kwamen werden ze gedroogd in de stoof gegooid. Niets beter dan gedroogde schillen tegen het roet in de schouw, zei men.

:: Klein en gevaarlijk afval? Daar had men nog nooit van gehoord. De ijskast anno 1940 was de koele kelder gevuld met de provisie aardappelen, het gepekeld varkensvlees, de gesteriliseerde groenten, de zelf gemaakte confituur en hier en daar een stenen pot met gezouten haring.

:: Een kapotte computer? Laat me niet lachen. In die tijd hadden ze geen facebook of you tube nodig Om te achterklappen en liegen werd 's avonds een stoel voor de deur gezet en terwijl de kinderen op straat speelden werden de laatste nieuwtjes verspreid over gans de straat, meestal op erewoord het niet verder te vertellen.

:: Naar min of meer naakte dames kijken op TV? Maar mensen toch. In die tijd kwamen de broertjes en zusjes nog uit de bloemkolen en werden ze aangekocht in het moederhuis waar moeder enkele dagen moest blijven om van de aankoop te herstellen.

:: En PMD dan? Voor de oorlog kende men enkel de rubberen bandjes om de steriliseerpotten mee te dichten. Tijdens de oorlog kwam er wel plastiekjes op de markt maar dat was meer voor de papa's en de mama's die geen geld meer hadden om nieuwe kindjes te kopen.

Dit was dan een verhaal met wat uitleg van mij. De foto's gebruikt bij deze tekst zijn afkomstig uit het rijk archief van Ronny Vervaecke. Volgende maand deel drie ... afgesproken?

François Driessens

© www.krantvanblankenberge.be