Krant van Blankenberge | François Driessens vertelt ...
28/10/2014 - Auteur: François Driessens Uitkerke Deel 3 - Spel en ontspanning tijdens de oorlogsjaren François Driessens vertelt ... Voor het derde deel over Uitkerke grasduint François Driessens verder in het boekje van Walter Goethals. Een zeer mooi hoofdstuk uit 'Beelden uit mijn kinderjaren' is het stukje over spel en ontspanning tijdens en kort na de tweede wereldoorlog.

Uitkerke kermis valt op de eerste zondag van september. Op het pleintje voor café Oud Gemeentehuis staan alleen de slingers en de schuitjes opgesteld begeleid door wat jengelend orgelmuziek. Oud en jong klit hier samen en de oorlog wordt voor enkele dagen verdrongen. Met een friet- en oliebollenkraam zullen we pas na de bevrijding kennis maken. In het zaaltje achterin café Sint Amand staat een draaiorgel en de grote mensen kunnen zich hier aan een dansje wagen. De oorlogskermis verloopt door omstandigheden zonder veel animo.

Gemeenteschool van Uitkerke
De Gemeenteschool van Uitkerke.

Rond Nieuwjaar komen we met de tantes en de nonkels, nichten en neven, samen bij onze grootouders langs mama's kant Louisa Jacobs en August Dewulf. De volwassenen spelen een soort kaart, zot verjagen denk ik, terwijl de kinderen zich lawaaierig en gekscherend verdringen in het voorkamerje. Tante Josima bakt pannenkoeken op de Leuvense kachel, in de volksmond de buzestove, terwijl iemand anders maltekaffie bereidt. Het verzamelde Wulvennest maakt er zo toch een gezellige en uitbundige avond van.

Sinterklaas is gedurende de oorlog in geen velden te bespeuren. Vermoedelijk is hij er nooit in geslaagd door het 'Sperrgebiet' te rijden. Het speelgoed waarover wij beschikken is dus in 't algemeen van eigen makelij en plezier is er niet minder om ... wat niet weet niet deert. Iedere jongen beschikt over een katapult waarmee we door veel oefenen gewiekst uit de hoek komen. Geen mus op een elektrische draad voelt zich een ogenblik veilig voor ons wapen.

Pekkels, marbels en wegdukertje ...

Op de speelplaats van de school wordt er in de zomer gepekkeld, een uitgestorven spel dat er in bestaat vijf loden pekkels of kleine steentjes op te gooien en op de handpalm weer op te vangen. Het spel verloopt in stijgende moeilijkheidsgraad wat telkens meer vaardigheid vereist. De verschillende fases van het spel heten zaaiers, maaiers, snakkers, 't brugje enz ... Onder het pekkelen kauwen we op een stukje zoethout of drinken van ons flesje calichedrup, drop geweekt in het water.

Op een gegeven ogenblik, zonder dat hierover is afgesproken is het met pekkelen gedaan en verschijnen de marbels. In de paar winkels in het dorp moet een grote stock marbels aangelegd zijn want die kunnen we niet zelf vervaardigen. Iedereen bezit een linnen beursje waarin die kostbaarheden meegedragen worden. Bij het spel worden een paar marbels in een kringetje gelegd en om de beurt wordt van op een afstand geprobeerd de inleg uit dat cirkeltje te knikkeren. Alle marbels die uit de kring geschoten worden zijn in het bezit van de handige schutters. Sommige bezitten een extra grote marbel, een bollekette genoemd. Hiermee valt niet te knikkeren maar er wordt mee gepronkt alsof het een diamant geldt.

Verder wordt op de speelplaats ook wegdukertje (verstoppertje) en katje min (tikkertje) gespeeld. Om uit te maken wie bij het begin van het spel eerst aan de beurt is wordt een aftelrijmpje opgedreund. Iemand tikt de anderen beurtelings op de borst op het ritme van het absurde rijm dat hij op zegt: un deux dik, zeven karnastik, zeven karna boemlala, un deux dik, af.

Tot zo ver het stuk over de kinderspelen. In een volgend deel laat ik jullie kennis maken met het stuk van Walter Goethals over de meisjesspelen.

De Garre gelegen tussen de herberg 't Putje en de villa Trouw als Staal
De Garre met een viertal woningen gelegen tussen de herberg 't Putje en de villa Trouw als Staal. Tijdens Uitkerke kermis werd op deze plaats geschoten met pijl en boog op de liggende wip.

Ik kan de schrijver van het boekje gelukkig maken met te vertellen dat de genoemde kinderspelen niet allemaal tot het verleden behoren. Ik moet eerlijk zijn en schrijven dat het zeer lang geleden is dat ik nog heb zien pekkelen. In mijn jeugd werd het nog gespeeld maar dat is al meer dan vijftig jaar geleden. Bij mij thuis staat er nog een volle trommel, waarin vroeger waspoeder verkocht werd, met knikkers bijeen gewonnen door mijn zoon Hans. Hij is nu 45 jaar, maar wil absoluut niet scheiden van 'zijn bezit'. Het waren er destijds nog veel meer, maar zijn broers waren niet zo een goede schutters.

Wat de knikkers betreft werden deze tot voor kort nog gebruikt op het strand in een totaal ander spel. Op het hard zand wordt een renbaan gebouwd met bochten, hoogten en laagten. Elke deelnemer beschikt over een serie plastieken renners en deze worden op één lijn gezet. Ieder mag dan met een knikker in de baan schieten en waar de knikker stopt mag hij of zij hun renner op stellen. Dit werd vooral gespeeld in de tijd van de Ronde van Frankrijk. Ik speelde dit ook met mijn vrienden op de voetpaden. Deze waren dan gekleurd met krijt waar een grote baan werd aangelegd. In plaats van een knikker werden een of twee dobbelspelen gebruikt. De renner mocht dan zo veel lengten vooruit schuiven als er ogen geworpen werden. Waagde je niet aan 'zeuren' of de tour de France werd een veldslag tussen de spelers en de 'zeuraar' die voor die dag mocht ophoepelen. Een uitgelezen plaats voor dit spel was de inham tussen de herberg 't Putje en de villa Trouw als Staal.

De foto's gebruikt bij deze tekst zijn afkomstig uit het rijk archief van Ronny Vervaecke.

François Driessens

© www.krantvanblankenberge.be