Krant van Blankenberge | In de Kijker
29/07/2014 - Auteurs: Enzo Farina & Alfons Monte Gaston Sampson ... negen levens en honderden anekdotes Gaston Sampson wordt tachtig, en dat mag gans Blankenberge weten. Hij heeft nog steeds de uitstraling van een 'jonge energieke man in volle bloei'. Nog steeds kijkt hij je aan met die diepblauwe ogen die tintelen van optimisme. Gaston Sampson is nog steeds verbonden met de zee en het strand ... even sterk als toen hij hoofdredder was. En vooral, hij zet perfect het Italiaans spreekwoord om in realiteit ... met één woord kan je hem honderd andere zinnen doen zeggen, en met honderd zinnen kan je hem niet doen zwijgen. Af en toe doorspekt hij zijn kleurrijke uitdrukkingen met een goeie Westvlaamse 'Godver', of hij schiet even in een lach ... steevast gevolgd een emo-moment.

In Blankenberge kent iedereen Gaston Sampson als 'Sam'. Voor die enkele aangespoelde of wereldvreemde tweedeverblijvers die deze man niet zouden kennen, Sam heeft vele levens gehad. Hij was jarenlang hoofdredder in de grote bloeiperiode van het kusttoerisme toen de all-in-formules naar het zuiden nog niet bestonden, hij is tevens de ontwerper en figurant van wellicht de mooiste carnavalswagen die ooit in de Blankenbergse carnavalstoet heeft meegereden, en Gaston Sampson is ook de creatieve en scherpzinnige bouwer van de Kersttaferelen die jaarlijks zijn voortuintje omtoveren tot een sprookjeswereld.

Gaston Sampson ... negen levens en honderden anekdotes

In het twee uur durend gesprek met Sam is er slechts één enkel moment waarbij je hem diep ziet wegzakken in zichzelf. Het moment wanneer hij vertelt van de Tweede Wereldoorlog en van zijn vader die toen politieagent was hier in Blankenberge. Een Engels vliegtuig stortte toen dichtbij de Pier neer en Jan Guilini en vader Sampson hadden de Engelse piloten gered en nadien verborgen. Vader Sampson werd echter verklikt en op een morgen in alle vroegte kwamen de SS'ers ze hem met veel geweld oppikken. Hij werd opgesloten in het fort van Breendonk, nadien overgebracht naar het concentratiekamp van Büchenwald en tenslotte vermoord in het strafkamp van Esterwegen. Vader Sampson stierf er in gruwelijke omstandigheden.

"Mijn vader heb ik jammer genoeg nooit meer teruggezien, zegt Sam geëmotioneerd ... "maar tot op vandaag zie ik nog perfect voor mijn ogen hoe de Duitsers hem 's morgens meesleurden ... het was verschrikkelijk."

Na een korte stilte herpakt Sam zich al vrij vlug ... "Na de oorlog hebben we toch nog een schone jeugd gehad", zegt hij ... "Er was de euforie van de vrijheid. Ik was nauwelijks twintig, en ik moet toegeven dat ik geen al te brave was", lacht hij. "In die tijd gingen we vaak dansen in de Metro. En alle meisjes dansten graag met 'Sam'. Wij durfden ook eens stevig doordrinken, en we haalden ook wel eens kattenkwaad uit ... maar we hebben nooit iets kapot gemaakt, nooit aan vandalisme gedaan. Dat bestond toen niet en zou ook niet aanvaard worden. En als wij al eens ruzie hadden, dan was het om het op zijn Blankenbergs te zeggen omdat iemand de 'mokke' van een ander had proberen af te 'schoepen', maar dat werd nadien rap bijgelegd."

Sam heeft niet echt gestudeerd, zijn moeder was na de dood van haar man achtergebleven met vier kinderen, en Sam ging werken op zijn 14de om geld in het laatje te brengen. "Dat was toen zo in die tijd", vertelt Sam ... "mijn eerste werk was brikilionklopper bij een aannemer, van 's morgens tot 's avonds met een mokerhamer stenen kapot kloppen tot gruis. Maar dat heb ik niet lang gedaan, ik belandde al gauw in de glasfabriek in Zeebrugge, 't glaskot in de volksmond. In korte tijd werd ik gepromoveerd van beginneling (gamin) tot meester glassnijder (coupeur)."

Maar Sam hield van de zee, en toen er een plaats vrijkwam op een loodsboot, ging hij daar meteen in dienst. Hij bleek goede zeebenen te hebben. "Nooit heb ik last gehad van zeeziekte", vertelt Sam ... "De oude ratten durfden weleens trucjes te gebruiken om je te doen kotsen, maar bij mij is hen dat nooit gelukt. Mij kregen ze echt niet zeeziek!"

Sam de hoofdredder ...

Sam is vooral gekend als hoofdredder, op het strand van Blankenberge heeft hij een gouden tijd beleefd. In de jaren '60 eerst als gewone redder, inspringen in de weekends of tijdens de zomermaanden. Buiten die periode was Sam tewerkgesteld als werkman bij 't stad. Nadien werd hij 'bootsman', maar Sam kwam in een moeilijk parket. "Mijn compagnon, de hoofdredder had een vriendin die in de Kerkstraat een hotel openhield" vertelt Sam. "Tijdens zijn diensturen durfde hij bij zijn lief af en toe eens 'de schotels wassen'. Op een dag werd hij echter verklikt en mocht hij ophoepelen. Na dit voorval vroeg de toenmalige burgemeester Willem Content aan mij om hoofdredder te worden, en zo ben ik in vaste dienst gekomen bij de strandredders."

Sam de hoofdredder
Op de foto v.l.n.r. hoofdredder Gaston Sampson (Sam), redder Mark Larbrisseau en burgemeester Willem Content.

Sam is uiteindelijk 17 jaar lang hoofdredder geweest, en als we hem vragen of hij een leuke anekdote heeft uit die periode begint hij spontaan te glimlachen. "Strandredders zijn in die tijd kun je natuurlijk niet vergelijken met de dag van vandaag", zegt Sam. "Als we materiaal nodig hadden moesten we dit vragen aan Julien Vandermarliere, de bevoegde schepen. Zijn antwoord was steeds hetzelfde, is dat wel nodig? Zelfs als ik op mijn sokken afkwam om 100 meter reddingskoord te vragen, vroeg hij of het niet met minder kon."

Sam komt goed op dreef ... "Toen de IKWV, de Intercommunale Kustreddingsdienst van West-Vlaanderen werd opgericht in 1982 was ik tegen de aansluiting van Blankenberge. We werkten in de winter bij de technische dienst van de stad en in de zomer op het strand, en we vreesden dat de aansluiting bij de IKVW onze job zou kunnen kosten. Ik heb me er een aantal jaren tegen verzet, maar uiteindelijk heb ik het niet langer kunnen tegenhouden. (n.v.d.r. Blankenberge sloot zich pas aan in 1995) Achteraf gezien was ik daar blij om, want groot was mijn verbazing toen ik op de eerste vergadering van het IKVW vroeg om een reddingsboot en de voorzitter mij meteen zei ... zou je er niet liever meteen twee hebben in plaats van één? Wat een ommezwaai in vergelijking met de stad waarbij we steeds moesten smeken om materiaal, opeens konden we alles bekomen. Vandaag beschikt onze strandreddingsdienst over een prima infrastructuur en de laatste nieuwste snufjes op het gebied van reddingsmateriaal. En uiteindelijk ben ik blij dat we indertijd bij het IKVW zijn aangesloten."

Als we vragen welke anekdote hem het meest is bijgebleven uit zijn periode bij de strandreddingsdienst, zegt Sam: "Humor is soms verdriet op zijn kop zetten, en het verhaal dat ik nu ga vertellen moet je ook in de tijdsgeest van toen kunnen plaatsen ... Wanneer onze bootsredder Raymond De Meulenaere in verlof was kregen we een jobstudent mee in de boot. Op een goeie dag kreeg ik de kleinzoon van de Blankenbergse kunstsmid Georges Riemaker mee. De schipper van een voorbijvarende zeilboot riep ons toe dat hij een lijk had zien drijven in een gele jekker ter hoogte van Wenduine. Ik riep naar de hoofdredder en die gaf opdracht om het lijk te gaan zoeken die we al zeer vlug vonden."

Gaston Sampson: "Heb je die mooie ringen gezien aan de vingers van die madam. We snijden de twee vingers af waar de mooiste ringen aanzitten en jij en ik gaan naar huis elk met een gouden ring en een vinger."

"Natuurlijk moest deze verdronken persoon in de reddingsboot worden gehesen, maar die boten van toen lagen nogal hoog in het water. Ik zei tegen mijn jobstudent: Jij trekt aan de voeten ... ik ga aan de schouders trekken. Maar Riemaker junior had zo'n schrik dat hij zelfs bijna niet durfde kijken naar het lijk. Ik heb toen de jekker van de dode dame in een bolletje gedraaid zodat hij het lijk kon optrekken zonder het aan te raken. En met veel moeite kregen we het dode lichaam toch aan boord."

"Ik zag hoe de jongen angstig om zich heen keek en alles deed om niet naar het lijk te moeten kijken. Ik kon het niet laten en besloot hem een poets te bakken. Ik legde de motor van de reddingsboot stil, haalde mijn boterhammetjes uit de broodzak en begon te eten. Hij, in volle paniek: Wat ga je nu doen? Ik antwoordde: Wel, het is vier uur. Dan eet ik altijd een 'stuutje'. Ik wou hem nog wat verder op stang jagen en zei: Ga eens in de vooraan in de boot dat mes halen. Hij opnieuw in volle paniek: Wat ga je daarmee doen? Wel, zei ik: Heb je die mooie ringen gezien aan de vingers van die madam. We snijden de twee vingers af waar de mooiste ringen aanzitten en jij en ik gaan naar huis elk met een gouden ring en een vinger." Sam lacht: "De ogen van Riemaker junior rolden in hun kassen en ik vreesde dat ik een tweede dode zou hebben moest ik op dat moment niet vlug naar het strand zijn gevaren. Enkele dagen later kwam ik opa De Riemaecker tegen, die hield me staand en vroeg: Wat is daar gebeurd, mijn kleinzoon kan al bijna twee weken niet meer slapen zonder nachtmerries! Ik schaamde me diep en heb me toen toch moeten verontschuldigen."

In de ganse reddersloopbaan van Gaston Sampson is er nooit één iemand verdronken in de bewaakte zone. Wel zijn er een zevental mensen om het leven gekomen in onbewaakte zones. En hier wordt Sam bijzonder ernstig: "Ik heb toen ik nog hoofdredder was meermaals aan het stadsbestuur voorgesteld om ter hoogte van de Duinse Polders een bewaakte zone te maken. Toeristen die daar hun auto parkeren na urenlang rijden zijn niet zo geneigd om dan nog eens zo ver te voet over het strand naar de bewaakte zones te wandelen. Ik ben van mening dat een stad als Blankenberge moet zorgen dat al zijn bezoekers in veilige omstandigheden kunnen zwemmen in zee. Geldgebrek is echt geen aanvaardbaar argument. Een bijkomende bewaakte zone richting Zeebrugge zou een hele verbetering zijn."

lees deel 2 © www.krantvanblankenberge.be