Krant van Blankenberge | François Driessens vertelt ...
01/03/2015 - Auteur: François Driessens Joseph Jurewytz, de filosoof van 't Pekstratje François Driessens vertelt ... Het was me reeds opgevallen dat bij de veelvuldige schenkingen aan het heemkundig centrum Blankenberge De Benne vaak stukjes of krantenknipsels staken van of over Joseph Jurewytz. Ik kan dat goed begrijpen want Joseph uit de Parkstraat was, zoals ze het hier zo mooi kunnen zeggen, 'gekend lik e slichte klute'. Ze noemden hem in stad 'de filosoof van 't Pekstratje'. Hij hield het liever simpel als 'de teinen kuuscher'. Want, inderdaad, hij deed aan pedicure in zijn huisje in de Parkstraat waar hij de klanten ontving in de voorkamer. Hij was ook gekend als een begenadigd portret schilder. Vooral het schilderen van de robuuste, door weer en wind getekende visserskoppen sprak hem aan. In de loop van mijn beroepsleven heb ik er vaak zien hangen in de woningen. Zowel bij de gewone man als bij de gegoede families kon je ze bewonderen, de schilderijtjes van Joseph.

Kort geleden mocht ik terug een schenking halen bij een rasecht Blankenbergs echtpaar in de omgeving van het vroegere voetbalplein van de Daring. Tussen de stukken trof ik de zorgvuldig gespaarde teksten van 'de filosoof'. Deze waren dertig jaar geleden verschenen in het toenmalig plaatselijk reclameblad 'De Heraut'.

't Pekstratje

Dit bracht mij er toe om eens het een en het andere over deze volksfiguur te vertellen. Joseph Jurewytz is geboren ... Nee, ik zie de Joseph van boven op het artikel meewarig zijn hoofd schudden. Je hebt gelijk Joseph, ik zal de jeniever flassche boven halen en er eentje drinken op je zaligheid. Vertel jij ondertussen maar zelf hoe jij in 't Pekstratje beland bent.

... In de nacht van 26 op 27 november van 't stormjaar 1925 ben ik naar mijn vaders zeggen: zoals iedere Jurewytz met de wiend op de wereld geblazen. Mijn vader, een Blankenbergse visser, die als laver de lapnaam gekregen had van Mon van Zeikes was zoals zijn vader, die de bijnaam had van Jan van Blondjes, in een helse stormnacht geboren. Ook mijn vaders grootvader, die gekend en berucht was als 'Sterken Dries' kwam met hagel, buigende wind en regenvlagen ter wereld.

Sterken Dries vertelde graag dat 't steedje half plat lag na zijn stormachtige geboorte. Roeschaert* had op zijn eigen vuile manier bij die gelegenheid feest gevierd drie dagen en drie nachten lang. Sterken Dries zijn vader Samuel Gottlieb Jurewytz, van Pools/Joodse afkomst, was tijdens een vermaledijd noodweer als drenkeling aan onze kust aangespoeld. Volgens het zeggen van Sterken Dries keek Samuel Gottlieb eens rustig rond in Blankenberge terwijl hij zijn pijpje opstak en hij bleef er. 't Steedje stond hem aan en 't vrouwvolk en 't bier ook.

*Roeschaert is volgens de legende een kwelgeest welke het leven van de vissersbevolking probeerde in de war te sturen. Andries Jurewytz (Sterken Dries)

Jarenlang heeft ons Blankenbergs voorgeslacht die vreselijk benauwde geschiedenis van Gottlieb in geuren en kleuren naverteld, tijdens de lange winteravonden wanner het donderde en bliksemde en water goot en de mensen gezellig rond de buze stove flokten in een van de vele kleine vissers stamineetjes met een grote pinte.

't Gebeurde wel meer dat de kinderen 's nachts het verhaal van Gottlieb opnieuw beleefden. Ze zagen hem voor 't schuimend water plassen en klagelijk om hulpe roepen ... En toen ook zij om hulpe riepen vond vader of moeder hen meestal in een nat gepist bedde terug. Bij mijn geboorte, zo heeft mijn vader het mij toch altijd wijs gemaakt en als hij gelogen heeft, lieg ik ... hebben vele oude mensen uit ons visserskwartier, serieus gedacht dat de wereld verging ...

Ik zie dat Joseph met grote ogen staat te kijken naar mijn klein geniever glaasje. Ik weet het Joseph. 't Is leeg, mijn glas. Weet je wat? Vraag een genievertje aan Sinte Pieter. Dat was ook een visser in zijn tijd en hij zal ook wel weten hoe lekker een witje kan smaken. Ik zal aan mijn vrouw vragen of ik nog eentje mag drinken. Of neen. 'k Zal er eentje drinken uit de fles die tussen de klasseurs in mijn kast steekt. De klasseur heeft als opschrift op de rug 'intrieste verhalen'. Mijn vrouw leest zulke verhalen nooit. Ik heb dat geleerd in mijn tijd bij de politie. Ik had daar ook een kaft staan met 'nog af te handelen zaken'. Niemand keek daar ooit in. Santé !

François Driessens

© www.krantvanblankenberge.be