Krant van Blankenberge | François Driessens vertelt ...
11/04/2016 - Auteur: François Driessens Meneire den agent (deel 3) François Driessens vertelt ... Enige tijd terug mocht ik mij, samen met enkele ex collega's en nog enkele actieve leden, aanbieden in de Politieraad om er een medaille opgespeld te worden. Dit was beslist geworden bij Koninklijk Besluit van 8 januari 2001. Ik denk dat dit besluit ergens is blijven steken bij een of andere administratie en 15 jaar later plots uit het stof is herrezen.

Na de uitreiking en de gebruikelijke foto gingen wij samen een glas gaan drinken. Met 'wij' bedoel ik wel de op rust zijnde collega's. De nog actieve mensen keken ons vermoedelijk met lede ogen na, want de tijd dat zij een glas mochten drinken op dienst is lang voorbij. Ik denk dat dit verbod nu bij geschreven is bij de zeven hoofdzonden.

Louis Van Oyen bij de Dienst Verloren Voorwerpen
Louis Van Oyen bij de Dienst Verloren Voorwerpen.

Na de eerste slok, we hadden met zijn allen een droge keel gekregen, werd er gesproken over de tijd van toen. Als ancien van de groep was het aan mij om te beginnen. Iedereen kende wel de verhalen maar ze waren toch blij om ze nog eens te horen.

In 1967 deden wij onze dienstronden te voet of met de fiets. Dit zo wel bij dag als bij nacht. We beschikten niet over echte dienstauto's en nog veel minder over een radio. Tijdens de zomermaanden kregen wij een open jeep van de Technische Dienst om mensen over te brengen naar het bureel. Je moest er wel met je verstand bij zijn want ik weet nog dat wij een man op de achterbank van de jeep zetten en tegen dat wij in stapten was hij al langs de open achterzijde de stad in gerend. Ik keek naar mijn oudere leermeester om zijn reactie te zien. Deze antwoordde zuchtend: "Voila, weer al een zaak opgelost !" en wij reden terug naar het bureel.

Dan had je ook het parkeerverbod in de centrum straten. Om de vijftien dagen diende er van zijde gewisseld te worden. De auto's van de inwoners kenden wij en wij wisten zeer goed waar wij de chauffeur konden vinden om hen opdracht te geven van zijde te veranderen. Het probleem lag natuurlijk bij de toeristen. Je kon wel eens navraag doen in de restaurants, maar je mocht ook niet te lang wachten of de doorgang in deze straten slipte dicht. Wij waren dus verplicht de garagehouders van de stad op te bellen met verzoek de auto's te komen weg slepen. Wij gingen telefoneren in de horeca zaken naar de garagehouder en zo kregen wij regelmatig een pint aangeboden van de uitbaters. Wij betaalden het gebruik van de telefoon altijd. Op het einde van de rit zochten wij de garagehouders op met de rekening en zij betaalden ons de telefoonkosten terug. Bij de meesten kregen wij ook een pint aangeboden. Ik stelde eens een stomme vraag aan de oudere collega, namelijk: "Zijn er in Blankenberge ook horeca uitbaters die de agenten geen pint presenteerden?" Hij keek me aan en antwoordde: "Luustert e ki matje, we zien wel niet heil geleird, moar dom zien we ook niet zeu." Meer werd er niet gezegd. Het was voor de goede verstaanders.

Dit staat niet onder de zeven (politie) hoofdzonden, dus mag het
Dit staat niet onder de zeven (politie) hoofdzonden, dus mag het.

In die tijd moesten de logement briefjes opgehaald worden in de hotels en andere horeca zaken waar kamers verhuurd werden. Bij aankomst van de toeristen was de uitbater verplicht onmiddellijk deze in te schrijven in het logement boek en deze briefjes naar het politie bureel te brengen. Er was echter een akkoord tussen het stadsbestuur en de horeca uitbaters dat de politie deze briefjes zou komen af halen bij het begin van de nachtdienst. Steevast waren het de drie oudste agenten die dit werkje met veel plezier deden. De midden, de west en de oost. Ik had me wel al afgevraagd waarom zij zo gretig waren om dit werkje te doen tot ik eens zelf een ronde mocht doen. Mijn eerste zaak die ik binnen kwam zei de baas: "Ze liggen altijd op de hoek van de toog en je pintje staat er naast."

Ik wist op slag waarom deze job zo gegeerd was door de oude agenten. Niet overal stond er een pint op je te wachten en het verschilde ook van dag tot dag waar. Het was maar best ook of ik vond na de eerste dag briefjes op halen de weg niet meer naar het bureel.

De tijden veranderen. Het parkeerverbod met wisselen om de veertien dagen en het afhalen van logement briefjes aan huis bestaat niet meer. De niet heel geleerde agenten zijn er ook niet meer. Elke agent beschikt nu over een radio. Er moet dus ook niet meer getelefoneerd worden naar de garages.

De oudsten van de actieve dienst denken nog eens met weemoed aan de tijd van toen en wij? We dronken er nog een stuk of vijf en gingen elk zijn weg naar huis al mijmerend over die goede oude tijd. Maar of die tijd zo veel beter was dan nu. Dat laat ik aan jullie over.

François Driessens

© www.krantvanblankenberge.be