Krant van Blankenberge | In de Kijker
Blankenberge: 02/12/2016 Straf verhaal uit de Tweede Wereldoorlog Deze week waren we te gast bij de 82-jarige Jozef Popelier. Onze stadsgenoot nodigde de Krant van Blankenberge uit om zijn verhaal te doen over iets waar hij reeds lange tijd mee in zijn maag zit. Het gesprek voert ons terug naar de nadagen van de Tweede Wereldoorlog, augustus '44.

Dat straffe verhalen uit de oorlog achteraf door sommigen misbruikt worden tot eer en glorie van zichzelf, blijkt uit de getuigenis van Jozef Popelier die voor eens en voor altijd de puntjes op de i wil zetten over iets dat zich heeft afgespeeld aan het sas van Blankenberge. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog was Jozef tien jaar, maar de feiten die destijds plaatsvonden staan bij hem nog goed in het geheugen gegrift.

Jozef Popelier

"Het verhaal brengt ons terug naar augustus '44. Kort voor de bevrijding van Blankenberge dynamiteerden de terugtrekkende Duitse troepen zowat alle strategische plaatsen die de snelle opmars van de geallieerden zou kunnen stuiten", vertelt Jozef Popelier.

"Onze habitat als kind tijdens de oorlog, waar mijn jongere broer René en ik samen met de broers Willy en Robert De Cock onze apenjaren doorbrachten, was de omgeving van de haven. We woonden toen in dezelfde straat, de Nieuwpoortstraat. Tijdens de oorlog hadden we een zee van tijd om te ravotten. Dagelijks naar school gaan was te gevaarlijk, we woonden namelijk in zoals de Duitsers het omschreven, das Sperrgebiet. Slechts tweemaal in de week moesten we ons aanmelden voor een paar uurtjes Nederlands, hoofdrekenen en een flinke portie godsdienst. We kenden de catechismus van voor naar achter en van achter naar voor", lacht Jozef.

"Wij gevieren waren altijd samen op pad en kattenkwaad uithalen was nooit veraf, tot ergernis van onze ouders", glundert Jozef. "Op een dag, net voor de bevrijding van Blankenberge, waren we opnieuw op stap om te gaan spelen aan het sas. In die periode was alles daar nochtans afgezet met prikkeldraad, maar bij laag water lukte het ons toch om er onderdoor te kruipen. Onder het sas ter hoogte van de sluizen zagen we houten kistjes staan, zowel langs de kant van de havengeul als langs de kant van de schuurput (spuikom n.v.d.r.). Curieus als we waren gingen we het zaakje van dichterbij bekijken. We merkten dat de kistjes verbonden waren met een soort bedrading. Willy De Cock, de allesdurver van ons viertal stampte één van de kistjes prompt naar beneden. Wij wilden ons niet laten kennen en volgden zijn voorbeeld, zodoende dat de kistjes langs de kant van de schuurput één voor één in het water belandden. Voor alle duidelijkheid, op dat moment wisten we niet wat de inhoud was. Plotseling kreeg een Duitse militair ons echter in de gaten. Hij riep ons toe: raus!, heraus! waarna we ons vliegensvlug uit de voeten maakten richting veiliger oorden ... de Nieuwpoortstraat."

Zicht op de sluizen vanaf de spuikom

"Toen we in onze straat arriveerden waren we al wat bekomen van de schrik en konden we het niet nalaten om ons 'heldhaftig' verhaal te vertellen aan onze buurjongen Gerard die op dat moment braaf aan het spelen was op de stoep. Gerard was ongeveer onze leeftijd maar mocht van zijn vader Antoon De Wulf, die politieagent was, niet met de grootste schavuiten van de straat optrekken", lacht Jozef.

"In '53 tijdens m'n legerdienst in Leopoldsburg was ik bij de pantsertroepen en moesten we vaak munitie tot ontploffing brengen. Bij het plaatsen van de kistjes met de bedrading besefte ik pas voor het eerst wat we als kind in het water hadden gestampt ...", vertelt Jozef.

"Heel veel jaren later, ik denk een tien à twaalf jaar geleden, was ik aanwezig op een voordracht georganiseerd door onze Blankenbergse historicus Robert Boterberge. Een jongeman, die voor zijn eindwerk aan de unief een thesis had gemaakt, kwam er een uiteenzetting geven over het verzet van Blankenberge tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij vertelde onder andere hoe de verzetsgroep de Witte Brigade de munitie die de Duitsers hadden aangebracht aan het sas onschadelijk hadden gemaakt en zo konden verijdelen dat er een belangrijke toegangsweg zou worden gedynamiteerd. Op dat moment wist ik niet wat ik hoorde en ben ik rechtgestaan om te reageren. Ik zei, je verhaal klopt niet! Wij als kind hebben, weliswaar onbewust, op die bepaalde dag in de voormiddag een aantal kistjes munitie in het water gestampt. Ik stelde meteen ook de vraag, als de Witte Brigade het zogezegd ontmijnd had, waarom ze dit dan ook niet hadden gedaan aan de overzijde langs de kant van de havengeul? Die plek hebben de Duitsers namelijk een paar dagen later wel doen ontploffen!"

"Het antwoord van de jongeman was dat hij zich gebaseerd had op de informatie die hij gekregen had uit de stadsarchieven van de politie, waaruit blijkt dat politieagent Antoon De Wulf in een verslag geschreven heeft dat zijn zoon Gerard de kistjes in de schuurput heeft gestampt. Wat uiteraard een grove leugen is, als je weet dat hij van zijn vader zelfs de straat niet uit mocht. Maar met deze verklaring kon Antoon, die tevens deel uitmaakte van de verzetsgroep de Witte Brigade, door de 'zogezegde actie' van zijn zoon Gerard uiteraard z'n eigen blazoen oppoetsen. Ik weet dat wat ik hier nu heb verteld zich allemaal heel lang geleden heeft afgespeeld. Voor mij is het belangrijk dat ik eens het ware verhaal naar buiten mocht brengen ... meer hoeven de lezers er zeker niet achter te zoeken", zegt Jozef Popelier tot besluit.

We hebben deze getuigenis gebracht op vraag van Jozef Popelier die voor zijn eigen gemoedsrust het echte relaas wou brengen van wat er zich aan het sas heeft afgespeeld tijdens de Tweede Wereldoorlog net voor de bevrijding van Blankenberge. Jozef Popelier en zijn jeugdvriend Robert De Cock zijn de enige twee van het viertal die de feiten nog kunnen navertellen.

© www.krantvanblankenberge.be